Leven in kort bestek  Andere teksten  Familie Borms

AUGUST BORMS: BIOGRAFISCHE GEGEVENS

 

14 april 1878: Geboren te Sint-Niklaas.
- Volgde middelbaar onderwijs aan het Klein Seminarie te Sint-Niklaas en was er lid van de studentenbond De Blauwvoeterie.
1896-1902            Studeerde Germaanse filologie aan de universiteit te Leuven
1898 Richtte te Leuven de Wase Club op, een regionale studentenvereniging voor studenten uit het Waasland, waarvoor hij het clublied schreef.
1902 Studeerde af als doctor in de Germaanse filologie aan de universiteit te Leuven.
1902 Werd leraar te Nijvel.
23 februari 1903 Huwde met Cesarina Smet.
1903-1906 Was lid van een Belgische onderwijsmissie naar Peru.
1906 Vestigde zich te Lokeren.
1909 Werd leraar aan het atheneum te Antwerpen en ging te Merksem wonen.
1911 Stichtte te Merksem een afdeling van de Groeningerwacht.
  Was medestichter van Pro Westlandia, een vereniging die culturele activiteiten in Zuid-Vlaanderen organiseerde.
Vóór WO1 Raakte sterk betrokken bij de strijd voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit, waarvan hij een van de belangrijkste propagandisten werd.
Juni 1915 Werd met Raf Verhulst hoofdredacteur van het activistische blad Het Vlaamsche Nieuws.
4 februari 1917 Was medeoprichter van de (eerste) Raad van Vlaanderen.
22 december 1917 Op initiatief van Borms werd door de Raad van Vlaanderen de Vlaamse zelfstandigheid uitgeroepen.
17 januari 1918 Werd lid van de Commissie van Gevolmachtigden, het uitvoerende orgaan van de Raad van Vlaanderen.
16 augustus 1918 Werd lid van de Commissie van Zaakgelastigden, die de Commissie van Gevolmachtigden verving en buiten de Raad van Vlaanderen stond. In de beide commissies was hij verantwoordelijk voor het Nationaal Verweer, dat zorgde voor de bescherming van Activisten en activistische vergaderingen.
8 februari 1919 Gearresteerd voor zijn activistische inzet.
2 september 1919 Begin van het proces tegen Borms voor het Assisenhof van Brabant.
9 september 1919 Werd ter dood veroordeeld.
1919-1928 Zat tien jaar in de Belgische gevangenis, voornamelijk te Leuven in cel 310.
1921 Weigerde vrijlating met de voorwaarde zich van politieke activiteiten te onthouden.
9 december 1928 Behaalde bij een tussentijdse verkiezing te Antwerpen na het overlijden van de liberale volksvertegenwoordiger Paul Kreglinger (de geschiedenis ingegaan als de Bormsverkiezing), als lijsttrekker van Het Vlaamsche Front 83.057 stemmen tegen 44.410 voor de liberaal Paul Baelde, maar kon zijn zetel niet innemen daar hij als veroordeelde onverkiesbaar was.
17 januari 1929 Tengevolge van de verkiezingsuitslag van 9 december 1928 kwam een amnestiewet (de Uitdovingswet) tot stand en werd Borms uit de gevangenis van Leuven ontslagen, twee dagen vóór dat de wet werd gepubliceerd.
September 1929 Was medeoprichter en voorzitter van de Vlaamsch-Nationale Blauwvoetbond, een turnersbond
15 maart 1931 Was oprichter van de derde Raad van Vlaanderen, waarmee hij eenheid onder de diverse stromingen in het Vlaamsnationalisme wilde bewerkstelligen, doch al spoedig bleek dat onmogelijk.
10 mei 1940 Werd door de Belgische veiligheidsdiensten aanhouding en in een ‘Spooktrein’ gedeporteerd naar Frankrijk.
11 juli Was terug in Vlaanderen uit de Franse concentratiekampen
11 augustus 1940 Werd te Brussel gehuldigd naar aanleiding van zijn behouden terugkomst.
6 september 1940 Werd voorzitter van de Commissie tot Uitvoering van de Herstelverordening, de zgn. Bormscommissie, opgericht door de Duitse bezetter voor herstel van door Activisten geleden schade na de Eerste Wereldoorlog.
September 1944 Vluchtte naar Duitsland waar hij met o.m. Cyriel Verschaeve, werd opgenomen in een adviesraad van de Vlaamsche Landsleiding, een regering in ballingschap opgericht door de DeVlagleider Jef van de Wiele, waar het Vlaamsch Nationaal Verbond niet aan deelnam.
28 augustus 1945 Werd samen met zijn echtgenote aangehouden in een hospitaal te Berlijn en opgesloten in de gevangenis te Vorst (Brussel).
Oktober 1945  Werd opnieuw ter dood veroordeeld door de Krijgsraad te Brussel.
4 januari 1946  De doodstraf werd in beroep voor het Krijgshof bevestigd. Genade werd hem geweigerd.
12 april 1946 Werd terechtgesteld in de rijkswachtkazerne van Etterbeek (Brussel).

 

 

                     

 

 

Bronnen: Archief Bormshuis en de (Nieuwe) Encyclopedie van de Vlaamse Beweging.