![]()
WAAROM EEN BORMSHUIS?
EEN LEVEND MONUMENT VOOR DR. BORMS
Toen in 1980-1981 onze stichtervoorzitter Jan van Hoogten (1900-1994) het pand aan de Volkstraat te Antwerpen voor het BDAC verwierf, begon hij aan de realisatie van zijn droom: “een Bormshuis in Antwerpen”. De eens riante rijtjeswoning, vermoedelijk gebouwd rond de eeuwwisseling, was met de jaren opgebruikt tot een van de vele ‘opbrengsthuizen’ die welig tierden in het volkrijke Antwerpse Zuidkwartier.
Waar de jaarlijkse Bormsherdenking te Merksem rond 12 april de eerste opdracht was en blijft voor het BDAC, werd het Bormshuis de dagelijkse zorg voor onze vereniging. Zeer vaak naar eigen inzichten en met deskundig advies van bekwame vaklui uit zijn vriendenkring heeft Jan in de eerste plaats de permanente tentoonstelling over dr. Borms haar plaats gegeven op de benedenverdieping. Reeds na enkele maanden konden we vrienden als bevoorrechte bezoekers verwelkomen. Het was voor velen een revelatie. Ondertussen werd het woongedeelte voor de familie van Hoogten ingericht terwijl op de eerste verdieping een ordelijke bibliotheek en een indrukwekkende tijdschriftencollectie groeiden.
De werken vergden aanzienlijke middelen, maar de Vlamingen stortten gul hun penning, waartoe Jan hen onverpoosd aanporde. Voor dr. Borms en het Bormshuis heeft Jan van Hoogten als een echte Bormsdiscipel geld gevonden; hij zou geld blijven vinden tot kort vóór zijn dood.
Na twaalf jaar kreeg het Bormshuis in 1993 een nieuwe impuls. Bij onze medewerkers – allen onbezoldigde vrijwilligers – rijpten verantwoorde aanpassingsplannen. Ten gevolge van zijn hoge leeftijd kon onze voorzitter alleen maar zijn stille goedkeuring geven aan die vernieuwing, hij moest van op afstand werkloos toezien… In december 1993 heropende het opgefriste Bormshuis. Een lichte voorgevel met veel glas maakt van het Bormshuis een eigentijds en aantrekkelijk museum dat tot bezoeken uitnodigt. Op de eerste verdieping van het achterhuis werd de ‘Toonzaal Jan van Hoogten’ ingericht, die onderdak biedt aan drie tentoonstellingen per jaar; mede daardoor is het Bormshuis voor heel wat Vlamingen een interessepunt in Antwerpen geworden.
Bij het eerste ‘officiële’ bezoek lichtte Jan van Hoogten toe wat voor hem het Bormshuis moest en zou worden: “een levend monument voor dr. Borms”, die te Antwerpen zijn grootste triomf heeft gevierd. Daarom moest het uitgebouwd worden tot een bezinningsplaats over Borms, een oase in de Vlaamsnationale strijd, een trefpunt voor álle Vlamingen. Het BDAC streeft ernaar dit dag na dag waar te maken, trouw aan de geest van dr. Borms, blijvend symbool van Vlaamse offerbereidheid. Die geest houdt in: eerlijk en open radicalisme, eendrachtige daadkracht van álle Vlaamsgezinden, zowel de zogenaamde brave flaminganten als de stuwende militanten, die als het moet de woorden van Borms en van van Hoogten tot de hunne maken:
“omver en erover, voor Vlaanderen eerst!”
Wim van Onckelen (†)
Voorzitter BDAC 1993-1996
BORMS LEEFT !
Mijn voorganger als voorzitter van het BDAC, de betreurde Wim van Onckelen, nodigde u reeds uit tot een kennismaking met het Bormshuis, dat Jan van Hoogten betitelde als “een levend monument voor dr. Borms”. Een monument dient om de gedachtenis aan iemand te verduidelijken en de hulde te brengen die hem in alle eerlijkheid toekomt. Daarom werd, onder de drijvende kracht van de onverzettelijke en rechtlijnige Jan van Hoogten, onze stichter, de eigendom verworven van het huis aan de Volkstraat 30 te Antwerpen. Dit zou hét monument worden waar de herinnering aan het leven, het werk en de tragische dood van dr. Borms voor iedereen zou bewaard blijven.
Dit herdenken moet geplaatst worden in de toenmalige omstandigheden, maar eveneens geplaatst in het raam van de algemene Vlaamse en Dietse Beweging. Daarom werd het Bormshuis niet alleen een museum, maar ook een ontmoetingsplaats voor alle goedmenenden.
Wij danken nogmaals de gulle schenkers die door hun gift het huidige Bormshuis mede hebben opgericht. En nogmaals moet benadrukt worden dat al wat in ons huis gedaan werd én wordt, door een schare onbezoldigde medewerkers mogelijk is geworden. Diezelfde mensen zetten zich nog dagelijks in, zonder enige beloning, tenzij de voldoening, elk op zijn of haar plaats, mee te helpen aan de verwezenlijking van het doel van het Bormshuis.
Na een eerste opknapbeurt in 1993, waarbij vooral de benedenverdieping als museum werd ingericht, werden nog heel wat aanpassingen en verbeteringen uitgevoerd, dit dankzij tal van schenkers en vaak met dezelfde uitvoerders. Wij danken hen! Want door hun inzet is het Bormshuis geworden wat het nu is. In de eerste plaats herinnert het aan dr. August Borms, de doodeerlijke mens en volksgenoot, die zich reeds lang vóór de hedendaagse derde-wereldtrend daadwerkelijk in die “derde wereld” inzette, die zich bekommerde om de Zuid-Vlamingen in Frankrijk, die zich met ontzaglijke werkkracht en uithoudingsvermogen verzette tegen alle achteruitstelling van ons volk en die daardoor ook een boegbeeld werd bij het veroveren van eigen volksbewustzijn. Hij trok consequent de kaart van zijn volk, wilde het dienen tot in de dood. En al was hij daarbij soms al te goedgelovig, zelfs wat naïef (want niet geneigd tot kronkelige politiek), hij bleef en is nog steeds voor ons de onbaatzuchtige, goede en vredelievende man, met het hoogst mogelijke geestelijke gezag.
In die geest moet het Bormshuis dan ook gezien worden in het kader van de algemene nationalistische stromingen en verwezenlijkingen, moet het in één woord gezien worden als een bezinningsoord, zoals Wim van Onckelen reeds stelde.
Zo werd een bibliotheek aangelegd met mogelijkheid tot raadpleging en studie van een omvangrijke collectie uitgaven; zo worden er geregeld tentoonstellingen ingericht, waarbij ik met veel genoegen die, gewijd aan de Zangfeesten, aanstip en dit betekent zowel het vooroorlogse Vlaamsch Nationaal Zangverbond als het in 1948 mede door mij opgerichte Algemeen Nederlands Zangverbond. Zo verwijs ik ook naar al de andere tentoonstellingen, gewijd aan kunstenaars, literatoren en anderen, die wij vereren omdat zij betekenisvol zijn geweest of nog zijn voor ons bestaan als volk. Wij willen daarbij geen moeilijkheden uit de weg gaan.
Vrienden, kom naar het Bormshuis. Steun het: samen staan we sterk en pal.
Een bezinningsplaats zoals het Bormshuis moet het mogelijk maken dat gelijkgezinden, trots al hun eigen kenmerken, toch gezamenlijk de uiteindelijke bestemming van ons volk zullen waarmaken. Dit in de geest van broederlijkheid, waarvan dr. Borms, onze Borms, het symbool was, is en blijft, zoals hij ook het symbool van onverschrokkenheid en onbaatzuchtige inzet blijft.
Herman Wagemans (†)
Voorzitter BDAC/Bormshuis 1996-2002