![]()
|
DRIES BOGAERT 65: EEN GETUIGENIS
Het gaat niet meer zo vlot, “de mot komt erin”. Wat wil je, je bent niet meer van de jongsten; maar als je gevraagd wordt om een bijdrage te schrijven voor je vriend Dries, die pensioengerechtigd wordt, dan kan en wil je ook niet weigeren. Je kijkt achterom, je piekert over een jaartal, een datum, op zoek naar het eerste contact. Ik geloof dat het in de Verdussenstraat was, bij zijn ouders, waar ik moest behangen. Dries, een bengel nog, zal daar dan wel een of ander over mij gehoord hebben want in 1929-1930 reden we nog al eens over de tongen, ook bij Vlaamsnationalisten... en zoiets valt gemakkelijk in jonge oren.
Maar enkele jaren later laat Dries zich persoonlijk opmerken. Dan komt hij, een leerling van de normaalschool, bij ons in Berchem allerlei propagandamateriaal halen over het VNV in zijn beginnende opgang: Strijd, het weekblad, leeuwenspeldjes, deltakentekens. Dan reeds is hij een uitzondering bij zijn kameraden: hij neemt zelf initiatief. Van zijn werk als student herinner ik mij niet veel. Immers, wie iets doet, loopt zelden in de kijker. Wie naar de diepte werkt, blijft meestal onopgemerkt, maar ik ben ervan overtuigd dat de acties van Dries bij zijn medeleerlingen nuttig en zelfs vruchtbaar zijn geweest. Die jaren vormden een tijd van ellendige twisten onder medestanders, de moordende verdeeldheid tussen partijflaminganten en radicale nationalisten. Schijnbaar stuurloos zochten allen naar een oplossing die niet in zicht kwam; en dan was het bij ons voor Dries een oase: een eiland zichtbaar vol activiteit, waar het “Vlaanderen eerst” door hartverwarmende propaganda naar de man in de straat werd gebracht. In het Deltahuis geen afbraak, geen verwarring, alleen dienen, werken, bouwen. Het was de tijd van Joris van Severen met zijn veranderende marsrichting en van Staf de Clercq, die door Vlaanderen pelgrimeerde om met zijn VNV eensgezindheid te bereiken… Na de Belgische capitulatie van 1940 neemt Dries Bogaert met mij contact om instructie, les te komen geven in de kaderschool van de jeugdbeweging. Hij zegt: “als oud-voorzitter van het AVNJ hoor je daarbij”.(1) Ik zou stoklessen geven en vertellen over vroeger en over het Activisme. Met hem was ik samen in Lier en Mechelen. Er kwamen ‘kweddelen’ met als gevolg: het fameuze Vilvoorde(2) en de uitsluiting van Dries (samen met Walter Bouchery). Ondanks alle meningsverschillen blijft Dries trouw aan het “Vlaanderen eerst” en vinden wij hem terug op een verantwoordelijke plaats te Lier. Daar spreken wij samen op de meiviering van 1944... Die dag werd Mechelen gebombardeerd... Er was verandering op til... Door Dries kwam ik voor het eerst in Duitsland om samen met hem een zieke NSJV’er af te halen. Zo nam Dries me dikwijls mee op zijn tochten. Het was oorlog en een extra brood, zuur Duits brood, een stukje zeep, een pakje bloem was altijd welkom. Dries wist het te bemachtigen door overreding, door ruilen. Hij haalde altijd zijn slag thuis als een gewiekste zakenman... In 1950 ontmoette ik Dries in Merksplas: ook hij was een repressieslachtoffer. Hij gaf er les aan zijn jonge lotgenoten. Hij vond ook dat een werkstaking nodig was en diende georganiseerd. Die staking is misgelopen: wantrouwen, ondoordacht optreden, loslippigheid... Maar toch kwam Moyersoen, destijds minister(3), om te onderhandelen... Zo kunnen wij voortgaan. De perioden lopen voor mij als een film voorbij. Al deze contacten zijn voor mij een mooie herinnering van heerlijke wederzijdse kameraadschap en steunende vriendschap. Ik beschouw het als een voorrecht Dries onder mijn vrienden te kunnen rekenen. Nooit leidde een meningsverschil tot een breuk omdat immer Vlaanderens belang op de eerste plaats stond. Rechts of links, gelovig of vrijzinnig, gematigd of radicaal, federalist of separatist, Vlaams of Diets: alles ondergeschikt aan het “Vlaanderen eerst vrij!” Dan eerst kunnen we bepalen welke koers het moet uitgaan. Eerst de Vlamingen bewust en overtuigd maken, ze klaarstomen voor de dag van onze vrijheid; de rest komt dan vanzelf. Samen staan we tegen de verloedering van onze jeugd, we wijzen het gebral, de drugs en het zedelijk verval terug. Samen ook tegen de verdeeldheid die ons, ouderen, soms wanhopig maakt, en die de jongeren afleidt van het werk voor Vlaanderens toekomst. Buiten de beginselvastheid en de voortdurende bereidheid tot medewerking is Dries een aristocraat van het gesproken woord, een uitzonderlijk spreker die elk gehoor weet te boeien. En ik wil het zeggen: hij maakt van deze gave geen misbruik om de goede gemeenschap te misleiden. Hij behandelt zijn stof duidelijk, rechtlijnig, hij weet waarheen, hij roept geen vraagtekens op; hij is geen profiteur van het woord voor een politiek mandaat, wil geen beloning voor de populariteit... Ook daarom Dries, zijt gij mijn kameraad. Ik hoop dat we nog jaren kunnen samenwerken in het BDAC, in Dietse trouw: “Vlaanderen bovenal!”
Jan van Hoogten (†) Voorzitter BDAC 1971-1993
(1) Het in 1926 opgerichte Algemeen Vlaamsch Nationaal Jeugdverbond, waaruit het Vlaamsch Verweer groeide, ging later op in de Vlaamsche Militie, die op haar beurt gedeeltelijk de basis werd voor de VNV-militie Grijze Brigade te Antwerpen. (2) Met de zogenaamde “Dietse putsch van Vilvoorde” werd door een deel van de leiding van de Nationaal-Socialistische Jeugd Vlaanderen (NJSV), de oorlogsjeugdbeweging van het VNV, op 14 juni 1942 een document opgesteld dat de verwaarlozing van het Dietse en het christelijke gedachtegoed op de korrel nam. (3) Toenmalig minister van Justitie |